Type beeldvormend onderzoek

Röntgen

De straling bij een röntgenfoto wordt in grote mate geabsorbeerd door zacht weefsel, harde structuren zoals botweefsel en ingebracht materiaal zijn daardoor duidelijk zichtbaar. Röntgenonderzoek is met name geschikt voor het in beeld brengen van botten en gewrichten. Het wordt vaak ingezet om de volgende aspecten te beoordelen: 

  • Standsafwijkingen te beoordelen
  • Fracturen vast te stellen of uit te sluiten  
  • Degeneratieve veranderingen, zoals artrose, waarbij bijvoorbeeld gewrichtsspleetversmalling of botwoekeringen zichtbaar kunnen zijn 
  • Grove afwijkingen in de longen of borstkas te beoordelen, bijvoorbeeld bij verdenking op een longontsteking of pneumothorax 

Een belangrijke beperking van röntgenonderzoek is dat zacht weefsel, zoals spieren, pezen en ligamenten, nauwelijks zichtbaar zijn. Hierdoor is deze techniek minder geschikt voor het beoordelen van spier- en peesletsel. In het geval van verkalking in de pees, zoals bijvoorbeeld bij hielspoor, zou een röntgen wel een zinvolle optie zijn.  
Nog een nadeel is dat er bij dit type onderzoek gebruik maakt wordt van ioniserende straling. Dit houdt in dat bij te veel straling er schade veroorzaakt kan worden aan de cellen en DNA in het lichaam.  
Rontgenonderzoek wordt vooral gebruikt door artsen, met name bij verdenking op bot gerelateerde problematieken of structurele afwijkingen.  

CT-scan

Een CT-scan (Computed Tomography) is een medisch onderzoek waarbij met behulp van röntgenstraling en een computer zeer gedetailleerde beelden van de binnenkant van het lichaam worden gemaakt. 

Middels een ring draait een röntgenbuis rond je lichaam en maakt vanuit veschillende hoeke foto’s. Een computer zet deze beelden om in dunne dwarsdoorsneden (plakjes) waardoor organene, boten, bloedvaten en eventuele afwijkingen goed in kaart gebracht worden.

Een CT-scan wordt vaak gebruikt om: 

  • Botbreuken, bloedingen of tumoren op te sporen (zeker bij complexe breuken)
  • Organen en bloedvaten te beoordelen 
  • Snel diagnoses te stellen bij spoedgevallen 

Soms krijg je contrastvloeistof toegediend om bepaalde structuren beter zichtbaar te maken. Een nadeel is dat een CT-scan net zoals bij een röntgen ioniserende straling gebruikt, daarom wordt het onderzoek alleen gedaan als het echt nodig is.

MRI

Een MRI-scan, Magnetic Resonance Imaging, is een vorm van beeldvormend onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van sterke magnetische velden en radiogolven. In tegenstelling tot röntgenonderzoek wordt hierbij geen ioniserende straling gebruikt. Door de interactie tussen het magnetisch veld en de waterstofatomen in het lichaam 

kunnen zeer gedetailleerde beelden worden gemaakt van verschillende weefsels. 
MRI-scans zijn geschikt voor het in beeld brengen van:
 

  • Zachte weefsels, zoals; spieren, pezen en ligamenten  
  • Kraakbeenstructuren  
  • Zenuwstructuren 
  • Ontstekingen 
  • (Bot-)oedeem

Een belangrijk voordeel van MRI is de hoge beeldkwaliteit en het gedetailleerde onderscheid tussen verschillende weefseltypes. Bovendien wordt geen gebruikgemaakt van ioniserende straling, wat het onderzoek geschikt maakt voor herhaald gebruik indien nodig. Deze eigenschappen maken MRI tot een krachtig diagnostisch hulpmiddel binnen de medische zorg. 

Ondanks dat een MRI een goed diagnostisch hulpmiddel is heeft het ook een aantal beperkingen. Het is relatief kostbaar en tijdrovend. Daarnaast is het niet geschikt voor alle patiënten. Het is niet geschikt voor patiënten met metalen implantaten, pacemakers en/of andre elektronische hulpmiddelen. Door het sterke magneetveld in de MRI kan het ervoor zorgen dat metalen verplaatsen, verhitten of juist de werking van de elektronische apparaten verstoren. Tot slot is een MRI scan een statisch onderzoek. Wat betekent dat bewegingen en dynamische functies niet direct kunnen worden beoordeeld.  

In de klinische praktijk wordt MRI voornamelijk ingezet door medisch specialisten waaronder orthopeden, neurologen en radiologen. Voor fysiotherapeuten is het relevant om te weten wanneer een MRI-scan een nuttig hulpmiddel kan zijn om eventueel verdere diagnostiek aan te vragen. 

Als fysiotherapeut zien we het vaak gebruikt worden voor de diagnose van ligamentair letsel zoals bij kruisbanden, spierscheuren, cystes, labrumschade en andere zachtere intra-articulaire structuren. Ook hierbij wordt soms gebruik gemaakt van contrastvloeistof voor meer detail (zoal bij een labrum bijvoorbeeld). 

Echografie

Echografie zal nader worden besproken in het volgende deel van de e-learning.