Verschil tussen klassieke en acute sarcopenie

  • Je titel komt hier 10% 10%

Pathofysiologie

De term ‘sarcopenie’ is in de jaren tachtig geïntroduceerd. Eerst werd het gedefinieerd als het verlies van spiermassa door ouder worden (1). Vervolgens werd in 2010 door de EWGSOP (een werkgroep gericht op sarcopenie bij ouderen) een nieuwe definitie opgesteld die naast spiermassa zich ook richtte op spierkracht (2). In 2018 is de definitie opnieuw bijgesteld door de EWGSOP. Deze definitie luidt nu als volgt: 

Sarcopenie is een progressief en gegeneraliseerd spierziektebeeld, gekenmerkt door verlies van spiermassa en spierkracht, dat leidt tot een verhoogd risico op ongunstige uitkomsten zoals fysieke beperkingen, verminderde kwaliteit van leven en mortaliteit.” 

Spierkracht wordt in deze vernieuwede definitie aangeduid als een belangrijkere parameter (dan spiermassa) voor het achterhalen van sarcopenie, omdat spierkracht veel meer zegt over de spierfunctie. Het is ook juist de spierfunctie die belangrijk is in het diagnosticeren van sarcopenie en het voorspellen van ongunstige uitkomsten. Sarcopenie wordt daardoor nu door de werkgroep beschouwd als spierfalen. Belangrijk daarnaast is ook dat er niet meer concreet wordt gesproken van een geriatrisch syndroom, maar van een progressieve en gegeneraliseerde skeletspierstoornis. Hiermee wordt benadrukt dat sarcopenie niet exclusief voorkomt bij ouderen, ook al blijft dit nog altijd de grootste patiëntgroep (3, 4).   

Acute VS klassieke sarcopenie

Er zijn meerdere redenen waarom spiermassa en spierkracht kunnen afnemen. Echter, het niet actief gebruiken van spieren heeft veruit de grootste negatieve consequenties m.b.t. spieratrofie (5). Dit geldt zowel voor klassieke sarcopenie als voor acute sarcopenie. Een groot verschil is echter dat de klassieke vorm van sarcopenie overwegend leeftijdgebonden is en chronisch van aard. Deze vorm zie je dus veel bij ouderen. Acute sarcopenie treedt binnen zeer korte tijd op, maar is in de meeste gevallen reversibel waarbij volledig herstel mogelijk is. Kenmerkend is een herstel binnen 6 maanden (6).  Deze laatste vorm wordt bijvoorbeeld waargenomen bij (sport)blessures en revalideren na een operatie waarbij de spier tijdelijk niet of minder gebruikt kan worden. Wanneer er in deze e-learning verder wordt gesproken over sarcopenie wordt er om deze reden ook gerefereerd naar acute sarcopenie